terug

dagboek Irian Jaya

naar fotoalbum van Irian Jaya

 

woensdag 20 september 1995

De eerste pennenstreken zijn vanuit het vliegtuig. En er valt meteen al het een en ander te melden. Laten we bij het begin beginnen. Het wordt 3 dagen afzien, want 3 dagen non-stop-reizen. Vandaag vertrek om 8.15 uur uit Naaldwijk. Ik liep de flat uit en wie kom ik tegen bij de voordeur met een sleutel te morrelen: Ma natuurlijk! Toch weer even (opnieuw) gedag gezegd.

Ik had al een treinkaartje voor Schiphol, dus dat ging makkelijk: eerst de bus naar Den Haag CS dan de trein naar Schiphol.

Op Schiphol zag ik direct al Ronald en Paulien bij het meeting point. Schiphol is pas vernieuwd en enkele maanden open, dus hadden we zo'n 4 uur tevoren afgesproken om nog wat rond te kijken.

Ook al omdat we alle drie weinig hebben gevlogen willen we even van Schiphol genieten en tevens vroeg inchecken.

Gelukkig hadden we veel tijd genomen, want we moesten toch nog boodschappen doen:

- zonnebril bekijken voor Paulien

- fruit gekocht

- chips gekocht

en bij de tax-free:

- batterijen, fotorolletjes en verder kletsen bij de winkels over hele dure dingen (diamanten en kostbare drank).

Maar nu komt het ergste (althans van de eerste dag): onze vlucht van 14.00 uur naar Denpasar met Garuda is gecanceld !!!

Reden: technisch! Nou jaaaa! Moet ons weer overkomen hoor. De hele vlucht gaat niet door. Nu moet ineens de KLM inspringen en alles regelen.

Bij het inchecken: geen Garuda-personeel; wel allemaal aardige KLM-ers.

We hebben misschien nog geluk: we kunnen meevliegen met een andere Garuda-vlucht, die uit Parijs naar Jakarta vliegt en voor ons even Schiphol aandoet. Deze vlucht gaat 4 uur later, stopt niet in Berlijn (onze oorspronkelijke vlucht wel), waardoor we uiteindelijk 2 uur later in Jakarta aankomen. Maar rechtstreeks door naar Denpasar, Bali is er niet bij. In Jakarta zullen we moeten overstappen op een binnenlandse vlucht. Als dat maar goed gaat.

We krijgen op Schiphol een gratis lunch (lekker: zalmmootjes met friet).

De eerste indruk aan boord van Garuda's Boeing is matigjes. De stoelen zijn niet echt best. We hebben door de toestanden geen goede plek; niet aan het raam dus. Maar we zijn op weg.... en gek eigenlijk, ik verkeer voortdurend in een optimistische stemming en zie het helemaal zitten die lange reis.

21 september 1995

Overigens verloopt de vlucht voorspoedig en heb je geen idee dat het zo lang duurt. Het gaat voor mijn gevoel toch snel voorbij.

Naast ons zitten mensen die het op een zuipen hebben gezet (de vrouw uit hun gezelschap loopt steeds op blote voeten en - toevallig of niet - die stinken behoorlijk).

Ze hebben eerst op Schiphol gezopen, want bij binnenkomst in het vliegtuig waren ze al teut. Nou, in het vliegtuig dronken ze eerst een dubbele whisky (brutaal eigenlijk om dat te vragen) en daarna zelfs een driedubbele whisky! Tussendoor bij het diner (je kon kiezen tussen bief of nasi) nog twee rode wijn en bij de koffie nog een cognacje. Dat is dus echt onbeschoft drinken, vooral omdat het gratis is. Die man (we hebben elkaar wel voorgesteld, maar ik ben hun namen kwijt) was daarna echt weg, maar zij kan blijkbaar wel tegen een stootje alcohol. Ze reizen met 5 personen, waarvan de rest ook al dronken was en eigenlijk ook niet zo aardig. Steeds bemoeien ze zich tegen ons aan. En ja, we zijn beleefd, en lachen maar wat of praten terug, maar ikzelf niet van harte. Eén ding is wel goed van haar: ze heeft een verstuiver "'Evian". Gewoon bronwater, maar wel een aanrader voor vliegreizen, want even spuiten op je gezicht en je knapt weer wat op.

De catering bij Garuda is redelijk. Je krijgt van tijd tot tijd jus d'orange en andere drankjes. Daarna kan je zelf steeds naar de pantry om te halen.

Het avondeten lijkt in eerste instantie te weinig. Maar dat valt mee: vooraf zalm met artisjok, een warme hap (goede biefstuk, pepersaus, of nasi kuning met vis). Dan een toetje, chocolat-caramel, een los broodje en twee toastjes plus een stukkie camembert. Alles heb ik op, dat was niet slecht. De koffie was in eerste instantie lekker, maar later was de koffie vies. Waarschijnlijk door het water dat in Abu Dhabi werd bijgetankt.

Abu Dhabi:

We mogen een uurtje uit het vliegtuig. Kunnen we tanden poetsen en naar de winkeltjes. Nou, het is een schitterend centrumpje hoor, op die luchthaven. En wat zo fijn is, is dat je er even uit bent. Dat maakt de reis wat draaglijker.

Film in het vliegtuig:

Heel stom: eerst een Koreaanse film met Chinese en Engelse ondertitels. Daarna een matige B-film uit de USA. Een wij zitten direct tegen het scherm te kijken; overigens niet hinderlijk.

Verder hebben we een stop gemaakt in Singapore, wel zeer fraai, maar ook erg clean, om daarna in Jakarta ui te stappen. Ook al zo'n mooi vliegveld, zelfs heel smaakvol. Nou ik was er heel snel uit (uitchecken dan), maar..... Ronald en Paulien, hè. Kwamen dus niet door de controle (Indonesië in dus).

We moesten in het vliegtuig al wat papieren invullen en deze dan bij de Indonesische douane afgeven. Maar, Paulien had één ingevuld formulier in het vliegtuig achtergelaten en mocht niet door. Ik stond al buiten.

Goed, al met al duurde het een half uur voordat we weer waren herenigd. Toen moesten we opnieuw inchecken (na eerst de koffers te hebben gehaald) op een vlucht Jakarta-Bali. Dat was vrij lastig, want we moesten de verschillende balie-medewerkers uitleggen hoe het zat. Na een keer of drie/vier uitleggen dat onze ticket eigenlijk geldig is tot Bali werden we perfect geholpen en vlogen we in een Airbus naar Denpasar, Bali. Plus: een derde maaltijd vandaag.

Op Bali moesten we koffers halen én Ronald apart zijn mes (die wordt er de komende dagen op de luchthavens heel vaak bij de scanner uitgelicht).

Verder hebben we bij aankomst bij een luchthavenpersoneelslid een hotel geregeld. En ik heb veel geld gewisseld (Ronald ook: zelfs meer dan 1 miljoen rupiah).

Koers 1 dollar = 2.235 rupiah.

22 september: Op weg naar Irian Jaya

Veel stops en overal 3 kwartier uitstappen. En Paulien was een beetje misselijk. Jammer, want we hebben heel wat gezien uit het vliegtuig! Biak, Vogelkop, de Baliem- en de Idenburg-rivier. Zo mooi: Nieuw-Guinea is uit de lucht geweldig!

Aankomst op Sentani-airport is enigszins chaotisch. De papoea's verdringen zich voor de enkele toerist. Het zijn er weinig deze keer. Maar vooral: of ze de koffers voor je mogen dragen. Voor ons is dat niet nodig, want we kunnen meteen in een taxi naar het hotel. Maar het eerst waar ik me mee bezig houd is de rugzak: kijken of mijn bril erin zit. Ik had hem normaliter in de kleine rugtas, maar nu niet. Gelukkig! De bril zit in de grote rugzak.

Nu maar onderhandelen voor de hotels. Een amerikaan, woonachtig in Bali, zit net als ons in hetzelfde schuitje: wat is een goed hotel voor een goede prijs. Nu, dat is zo vlak voor het vliegveld moeilijk te bepalen. Want de diverse taxi-chauffeurs roepen om het hardst dat ze een hotel kennen dat het beste is van Sentani.

Wij zoeken eigenlijk iemand van Sentani-Inn, maar niemand is vertegenwoordigd. Dus besluiten we samen met de amerikaan een taxi te nemen naar Sentani-Inn. Daar blijkt dus niemand echt engels te spreken. De Amerikaan spreekt vloeiend Bahasa. Daardoor kunnen we onderhandelen en bereiken we een overeenkomst: dubbele kamers 25.000 en enkele 20.000 (ƒ 17 resp. ƒ 14).

De kamers: nou een behoorlijke tegenvaller! Koud water en primitief sanitair. Maar goed, je kan geen kant uit. Want Sentani-Inn ligt 2 km van Sentani en het is al avond.

We nemen het ongerief maar voor wat het is, maar fijn is het niet.

Slapen gaat goed, maar voorafgaande daaraan hebben we bij restaurant Mickey gegeten: bami, cap cay e.d. 23.000 rupiah (ƒ 15 met zijn drieën).

23 september: Jayapura (Hollandia)

Met Johannes van het hotel (een Yali-papoea uit de Baliem-vallei) gaan we boodschappen doen in Jayapura. Dat zou zogenaamd goedkoper zijn dan in Sentani of Wamena (waar we later heen vliegen om een trekking te maken). Nou, dat mag dan wel kloppen, maar daar komen de kosten van Johannes bij, die ineens gids is (40.000) plus de kosten van de taxi (50.000).

Nou ja, we kunnen niet meer terug en hebben geleerd van deze exercitie: niet iedereen in vertrouwen nemen en niet iedere prijs accepteren: dus afdingen.

Verder hebben we gezien dat het met de bemo's (openbaar vervoer-busjes) heel makkelijk gaat: per rit 500 rupiah.

In Jayapura moesten we van Johannes boodschappen doen voor onze trekking in de Baliemvallei. Vooral water, rijst, bami en blikvoer. Kosten 170.000. Verder nog allerhande losse zaken als een deken enz.

Daarnaast moesten we de "surat jalan"hebben: de reisbrief om naar Wamena in de Baliemvallei te vliegen. Dit is verkrijgbaar op het politiebureau: administratiekosten 7.000.

Ondertussen was ik die hele dag van slag: draaierig, misselijk en zo mogelijk toch iets van een jet-lag. Ik kan echter de hele dag mee, maar het ging niet geweldig. Ik at niets tot aan het diner. Daardoor moest ik even rust nemen op het politiebureau samen met Paulien. Ronald ging nog even de stad in met Johannes voor wat kleine boodschappen. En maar goed ook, hij werd namelijk aangesproken door een keurige papoea in zeer goed Nederlands: Bernard heet hij (zijn zus heet Juliana).

Ronald had weinig tijd, dus stuurde hij Bernard naar het politiebureau, waar wij zaten. Dat was heel leuk: hij bood ons aan om Jayapura te laten zien en dan vooral de Nederlandse wijken: Tranendal, Noordwijk, Hemelpoort en Dok 9.

Een klein beetje zoeken, met aanwijzingen van Ronald: en in no time vonden we ons ouderlijk huis. Voor Ronald geweldig, want er kwam steeds meer herkenning naar boven.

Ik ben maar gaan filmen, want het kwam allemaal niet zo goed uit met mijn ziekte. Op de video kan ik het later allemaal nog eens bekijken.

We hebben verder nog een rondleiding gemaakt. Naar onder andere Base G (strand). Bernard fungeerde meteen als gids, terwijl we ook nog Johannes bij ons hebben als gids! Maar in het Nederlands, zeker op de manier zoals hij dat sprak, is het wel érg makkelijk. Na de rondrit zijn we samen wat gaan drinken en Paulien schoot daarbij Bernard aan met de vraag of hij ons wilde gidsen door de Baliem-vallei. En, op de voor hem zo karakteristieke wijze knikte hij: "Ja hoor, geen probleem".

En zo hebben we hem gecharterd en meteen in vertrouwen genomen, want we moesten hem geld geven voor een ticket (154.000 rupiah = ƒ100) en onze tickets hebben we afgegeven, omdat onze vlucht naar Wamena nog niet was bevestigd. Maar op de wijze waarop Bernard overkomt en het feit dat hij zowat iedereen kent (en soms goed) in Jayapura, hebben we de gok genomen. We zijn met onze taxi helemaal teruggegaan naar Sentani-Inn.

In de avond hadden we zin in een goede maaltijd (ik niet zo, maar ik moest iets eten), dus zijn we naar het "Yougwa" restaurant gegaan, direct aan het Sentani-meer. Heerlijk eten wordt opgediend: gebakken vis uit het meer, cap cay, heerlijke nasi en bami en kankung cay. In dit restaurant werkt een man die heel goed Nederlands spreekt, een zekere Rudi. We hebben voor hem Nederlandse tijdschriften meegenomen. Helaas troffen we hem zelf niet aan. We waren trouwens de enige bezoekers. We zijn na het eten opgehaald met een "charter-taxi".

24 september: Sentani

Het is zondag en de eigenlijke vakantie gaat nu beginnen. Na een ritje naar "bus-terminal" huren we een taxi voor Yahim, de haven van Sentani.

De bedoeling is een bootje daar te huren en laat in de middag terug te komen. Aangekomen in Yahim blijkt dat het helemaal niets voorstelt, enkele paal-woningen van papoea's (een soort kampong dus) met een houten aanlegsteiger. In deze gemeenschap zijn geen telefoons en er komen zelden taxi's. De taxichauffeur stelt ons voor om ons op te halen: kosten 25.000 rupiah (ƒ 17). Dat hebben we geweigerd en we zijn rechtsomkeert terug naar Sentani gereden.

De taxi werd daar weer een bemo en we reden verder: opnieuw naar restaurant Yougwa, om aldaar een bootje te huren.

Door de bemo werden we letterlijk weer afgezet (de laatste keer nu, want we kennen eindelijk de prijzen) en we treffen toch Rudi aan. Hij spreekt inderdaad goed Nederlands (minder overigens dan Bernard), maar we willen eerst een boottocht maken (35.000 rupiah) van een uur met begeleiding, alvorens met hem wat langer te spreken.

Het Sentani-meer is heel stil en vredig. Nog wel, want rond Sentani wordt evenals rond Jayapura vrij veel gebouwd. Het is voor begrippen van Irian Jaya zelfs dicht bevolkt.

We bezoeken een dorpje op een eilandje en wat treffen we daar aan: een Nederlands reisgezelschap. Blijkt van Unitravel te zijn: een grote groep van rond 15 man. Ze kwamen net uit de Baliem-vallei en zagen er vermoeid uit. Het leek ook geen gezellige groep. De reisleider is een indo, echt een stoer type van in de 50, die denkt alles te weten. We hebben niet met ze gesproken......

Rudi werkt in restaurant Yougwa om zijn pensioen aan te vullen. Het is een wat zwijgzame man. Toch hebben we wat gebabbeld over familie in Nederland en wat er zoal te doen is in Sentani. We beloven hem de tijdschriften achter te laten in Sentani-Inn en lopen via twee papoea-huisjes-op-palen naar de weg om een bemo richting hotel te nemen.

Vanuit het hotel gaan we het achterland in en lopen door uitgestrekte kampongs. Dat blijkt allemaal Sentani te zijn. We klauteren door een beekje (ik val een enkele keer half in het water) en passeren allerhande verschillende bewoners. O.a. een klein huisje, volgepropt met papoea's, waar kleine kinderen keihard zingen. Je herkent vooral "halleluja" en "amen". Heel leuk.

Overigens wonen hier merendeels Javanen die d.m.v. transmigratie hier zijn gekomen.

Dit was een héérlijke dag.

25 september: Wamena

Op naar Wamena: het centrum van de Baliem, waar de zogenaamde bergpapoea's wonen: Dani's en Yali's. Op het vliegveld bellen Ronald en Paulien eindelijk een keer naar huis (o nee toch, nog geen kaarten verstuurd), haalt Ronald zijn mes en ontmoeten we Bernard. Bernard is een beetje van de wereld: laat gemaakt en zwaar gedronken.

Bij aankomst kijken we met Bernard eerst in wat hotels en nemen het goedkoopste. Nog eenvoudiger dan in Sentani, maar het is te doen, want er slaapt een grote groep Nederlanders, die juist 2 verschillende tochten in de Baliem heeft gemaakt. Allemaal ontberingen dus, volgens hun verhalen, maar allemaal even prachtige tochten. Het is een grote groep van 19 man, daarbij nog 21 dragers/koks. Ze hebben deels heel eenvoudig geslapen. Dankzij hun verhalen doen we goede tips op.

De pasar (markt) in Wamena is heel grappig. Voorts hebben we goede afspraken gemaakt met Bernard. Uiteindelijk hebben we besloten 4 dragers/koks te nemen en een trekking te doen in de Zuid-Baliem, o.a. op aanraden van de Nederlandse groep.

Voor de zekerheid halen we nog extra geld, maar ik krijg het niet op de travellers-cheques, want de bankbediende accepteert mijn handtekening niet !

's-Avonds gaan we heerlijk de grote garnaal uit de Baliem-rivier eten: voor 10.000 rupiah (ƒ 7), bijna een kreeft!

Maar nee hoor, de garnalen zijn op, want dezelfde groep Nederlanders is ons voor. Geeft niet, "geen probleem" zou Bernard zeggen. We nemen gewoon iets anders en hebben geen spijt, want gelukkig hadden ze nog een kipgerecht, een soort ajam pangang, lekker krokant!

26 september: Trekking Baliem

Met een taxi zijn we vervoerd naar Kurima aan de zuidelijke kant van de Baliem-vallei. Daarna geven we de dragers een voorschot en beginnen we met de trekking. Om een beschrijving te geven van zo'n trekking is natuurlijk vrij lastig. Het gaat in eerste instantie over zeer geaccidenteerd terrein met behoorlijke stijgingen over veelal stenen en gruis. Maar het merendeel is goed te belopen, soms zelfs over een heerlijk zacht tapijtje van gras. Vaak komen we papoea's tegen en er zijn ook verscheidene dorpjes onderweg. Werkelijk prachtig onderhouden met mooie tuintjes en moestuinen, goed onderhouden hutjes en tuinafscheidingen van steen. De uitzichten zijn soms adembenemend.

We worden enorm verwend door de hoofddrager Corinus, een 20-jarige jongen die afkomstig is uit een aangrenzend gebied aan de Baliem, de Yali. De Baliem-papoea's heten Dani. Corinus is heel aardig, spreekt zelfs Engels en leidt de groep dragers op voorbeeldige manier. Daarnaast kookt hij uitstekend. We hebben daarvoor 3 pannen gekocht, waaronder één wadjan.

Als lunch krijgen we mie uit kleine pakjes, bamisoep dus. 's-Avonds een soort sajor met vis uit blik met witte rijst erbij. Heerlijk klaargemaakt.

Onze planning voor dag 1 gaat heel voorspoedig. We komen al om 2 uur aan in Tangma. Daar kunnen we opfrissen in/bij een beekje: echt heerlijk is dat. Lekker een bakje water over je heen gooien. Op zich lijkt het primitief, maar ik heb al lang niet meer zo lekker gebaad.

Vroeg wordt het donker in de tropen: 6 uur. Er is geen licht in het dorpje of in onze slaaphut. We gebruiken een kaarsje. De slaaphut ziet er overigens prima uit. 'S-Avonds worden we af en toe weer verwend door Corinus: bananen en thee. Corinus blijft dan nog even bij ons zitten en we praten over hetgeen we kunnen gaan doen de komende dagen. Hij heeft het over een varkensfeest met dans. Kosten van het varken minimaal 100.000 rupiah (ƒ 70) voor een heel kleintje. Daarbij nog kosten voor alle dansers. Voor ons was dit nieuwe informatie. Wij hadden met Bernard afspraken gemaakt over een trekking van 5 dagen en niet over een wandeling de berg over en dan vanuit één plaats activiteiten ondernemen.

Bernard legt ons vervolgens uit wat de mogelijkheden zijn: blijven op deze plaats. Verder niet. Een belangrijke reden is dat een brug verderop gevaarlijk is (of het waar is weten we niet), dus we kunnen niet door. Dit was voor ons een enorme teleurstelling en wij bespraken onderling dat we de volgende dag resoluut terug moesten, want we hadden hier dus geen zin in.

Overigens bleek dat Bernard, een kust-papoea van 58, niet opgewassen is tegen bergtrekkings. Te oud, niet goed ter been en ook te modern geworden. Bernard is namelijk alcoholist.

Maar eerst slapen. Dat ging behoorlijk goed, want de hut was goed voorzien. In de zogenaamde slaapruimte zijn wij met zijn drieën gaan slapen in een soort krib. Er zijn geen matrassen, dus een keiharde ondergrond. Gelukkig hadden we extra dekens gekocht als onderlegger. Daardoor hadden we alle drie goed geslapen.

27 september: Trekking Baliem

Corinus verzorgt ontbijt: thee en miesoep.

We moeten een gesprek aan met Bernard over de planning. We delen hem mee dat we terug gaan en daarna stoppen met de Baliem. We maken geen gebruik meer van zijn diensten en evenmin van de dragers. Voor Bernard vinden we het niet zo erg. Eigenlijk wist hij niet zo veel van de omstandigheden in de Baliem, had-ie ook meteen

eerlijk moeten zeggen. Voor Corinus en zijn kameraden is het minder leuk, want nu verdienen ze maar voor 2 dagen i.p.v. 5 dagen.

We beloven ze echter alle boodschappen (we hadden veel te veel meegenomen) te geven, waarbij o.a. dekens, potten, pannen, borden, bestek, kruiden, blikvoer, enz. (als we bij het hotel zijn krijgen ze nog veel meer: mes, spellen, kleding enz.).

Al met al vertrekken we om 8.00 uur. We nemen een andere route, duurt minder lang, maar is wel steiler.

Daar heeft iedereen last van. In eerste instantie Paulien, die toch onvoldoende conditie blijkt te hebben. Verder onze gids Bernard, die knieproblemen heeft en daarbij lichtjes ziek is. Voorts heeft één van de dragers last van zijn schouders.

Corinus neemt in eerste instantie drie stuks bagage mee (zéér moedig, want zéér zwaar) en loopt steeds voorop. Ik er direct achteraan. En het is meteen goed raak, we klimmen en klimmen. Steil omhoog, nagenoeg onafgebroken. Er zijn geen vlakke stukken.

De omgeving is nog mooier dan de eerste dag en we ontmoeten minder papoea's. Deze krijgen van ons volop kadootjes.

Corinus is heel sterk, maar hij heeft het ook zwaar, dus neem ik een zak van hem over. Later draag ik de grote rugzak en dat viel mee. We rusten nu veel vaker, want het is een stijging van ruim 500meter hoogteverschil.

We dalen uiteindelijk toch een keer af en komen rond 13.00 uur aan in Kurima, waar een taxi-standplaats is.

Bij het hotel aangekomen hoort Bernard dat zijn broer is overleden. Heel triest voor hem. We nemen dan ook gepast afscheid van hem, betalen 90.000 rupiah (ƒ 65).

Verder verdelen we alle "barang" (bagage) onder de dragers, die daar uiteraard dolblij mee zijn.

Corinus blijft eigenlijk de hele middag bij ons. Het is zo'n aardige knul. We drinken samen wat en hij blijft uren op de kamer bij ons hangen. Wat kletsen, kijken wat wij doen. Zo ontzettend leuk.

Hij spreekt met ons af dat we hem nog zien de volgende ochtend op het vliegveld. Daarna omhelst hij ons uitgebreid, wat heel aandoenlijk is.

'S-Avonds eten we dan toch nog grote garnalen en we ontmoeten Wim en Lenie uit........ Naaldwijk! Dat klinkt onwaarschijnlijk, maar het is zo. Hele leuke mensen, waar we lang mee kletsen. Zij reizen 8 weken door Indonesië.

28 september: Wamena-Sentani

Wij moeten weer terug naar Sentani-Jayapura. Corinus haalt ons op en draagt de rugzak van Paulien. Op het vliegveld proberen Wim en Lenie nog in te checken voor Sentani, op de bonnefooi. En het lukt ze. Het vliegtuig dat we moeten hebben heeft 3 uur vertraging, doordat een eerder geland toestel panne had met de remmen. Daardoor hadden we tijd om wat te eten: twee bami met kip en twee thee, 5.000 (ƒ 3,50). Voor het eerst bij zo'n klein stalletje. En het smaakte heerlijk. Je kan zo zien hoe het wordt klaargemaakt. We houden zelfs nog tijd over om op de pasar te lopen en vertrekken pas om 11.30 uur uit Wamena.

In Sentani aangekomen bezoeken we samen met Wim en Lenie het museum bij Abepura. Zeker voor Irian Jaya-begrippen een verzorgd museum. Kosten entree plus rondleiding 15 cent. Met een Molukse vrouw die ook al weer wat Nederlands spreekt (het is opvallend hoeveel papoea's nog Nederlands spreken en sommige zelfs behoorlijk goed).

We vervolgen de rit naar Jayapura met een huurtaxi voor 10.000 rupiah om een hotel te zoeken. Jayapura is wat dat betreft ontzettend duur. We hebben een hotelkamer gezien voor 33.000 rupiah (ƒ 24): bijzonder simpel, net een gevangenis en zonder eigen sanitair. De mandi-bak is op de gang. We besluiten dan ook om met de bemo's terug te gaan naar Sentani. We eten eerst wat op een kleine pasar, dus gewoon op straat: gefrituurde banaan, tempeh en gevulde tahoe. Dat is zo lekker, je begrijpt niet dat het op straat eten wordt afgeraden.

Na een hoop gezeur met de bemo-chauffeurs (we rijden iets te ver om bij het hotel te worden afgezet) krijgen we hulp van een papoea-vrouw. Zij heeft zelf al een goedkope taxi gehuurd en biedt ons aan om ons naar het hotel te brengen. Gratis en voor niets.

Hiermee is weer een groot verschil aangetoond tussen de papoea's en de ge-immigreerde Javanen. De papoea's zijn bijzonder aardig in vergelijking tot de trans-migranten. We hebben nu hotel Mansapurrani gekozen, omdat het dicht bij de airport is gelegen.

Dit hotel wordt beheerd door papoea's (eindelijk niet een keer door Javanen) en is een verademing. Het ziet er keurig uit, schoon water, geen muggen. Alleen wat vlooien in mijn schoenen (meegebracht vanuit de Baliem-vallei). We praten wat met "Jantje", een verpleger op de luchthaven, die zich altijd in de avond ophoudt in dit hotel.

We worden verwend met het ontbijt: pisang goreng, zoete cake, gebakken ei, brood, koffie toebroek en op verzoek verse papaya.

29 september: Biak

We staan vroeg op en proberen op de bonnefooi naar Biak te vliegen. Dat betekent "stand-by" zijn op de luchthaven en afwachten of op het laatste moment een plekje vrij komt. En we hebben geluk: we kunnen mee met de vlucht van 10.15. We komen 13.00 uur aan in Biak.

Inmiddels wijs geworden nemen we de bemo naar het centrum van Biak en lopen diverse hotels af. De één zit vol, de ander is vies, weer een ander is duur.

Uiteindelijk lukt het in een redelijk duur hotel Basana Inn (50.000 voor 2 pers. kamer met ontbijt, = ƒ 35).

Het zoeken naar het ouderlijk huis in Biak was simpel. Het derde huis na de katholieke kerk. We zien een vrouw werken in een prachtig tuintje. Heel mooi onderhouden. Ronald herkent al het een en ander. We besluiten op de vrouw af te stappen en info te vragen. Gelukkig spreekt ze een beetje Engels. Ze blijkt dominee te zijn hier op Biak. Ze verontschuldigt zich dat ze vies is, want ze is aan het werk in de tuin. We mogen het huis bekijken en Ronald weet zeker dat dit het goede huis is.

Als haar man thuiskomt blijkt dat hij voor studie naar Nederland is geweest voor een periode van 5 weken. Hij heeft daar een Delft-blauwen bord laten maken met hun beider naam en de huwelijksdatum.

We nemen afscheid van weer ongelooflijk bescheiden en aardige mensen, die oorspronkelijk afkomstig zijn van de Molukken.

'S-Avonds eten we zgn. Chinees, maar gewoon klaargemaakt door Javanen. Daar ontmoeten we Gerard en Annie, die we ook al in de Baliemvallei waren tegengekomen met die grote groep. Wij zijn de enige gasten hier en het restaurant blijkt niet alles te hebben wat we vragen. Het eten smaakt overigens goed en we zitten lekker buiten.

's-Avonds struinen we over de pasar, op zoek naar fruit. We hebben geen succes; wel slaag ik voor een paar sandalen.

In Biak valt die avond herhaaldelijk de stroom uit.

30 september: Biak

Voor de zekerheid halen we geld bij het postkantoor (800.000) want het is zaterdag, alle banken zijn dicht en gaan pas weer op maandag open, wanneer wij al om 10.00 uur in het volgende vliegtuig moeten zitten.

We ontmoeten toevallig het Nederlandse stel bij de bushalte.

Samen gaan we naar Bosnik, een dorpje met een schitterend strand waar je geweldig kunt snorkelen en zwemmen.

Het zijn leuke mensen; we mogen hun snorkelspullen lenen en tevens de accu voor de video-camera.

Twee jongetjes halen kokosnoten voor ons uit een boom en maken die voor ons open. De klappermelk is wel lekker, redelijk fris en de jonge klapper zoals we die uitscheppen is zalig.

Tijdens het snorkelen gaat een wereld voor je open: de mooiste vissen, zeesterren in de prachtigste kleuren. Ronald ziet zelfs een haai aan de rand van het koraalrif.

Na het zwemmen bezoeken we de "Tanah Bunung" vogeltuin, waar een enkele paradijsvogel is te zien.

We hebben steeds geluk met de bemo's want al heel snel vinden we er één.

Vandaag is het bloedheet en ik ben door het snorkelen ook goed verbrand op mijn rug. Helaas hebben we geen aftersun bij ons.

's-Avonds eten we eerst een pisang goreng (7 cent). Daarna denken we echt Indonesisch te eten bij restaurant Djakarta. Dat valt goed tegen. Zowel Paulien als ik hebben nasi goreng, maar deze is heel erg "rica rica" (heel veel rawit en lombok) en we eten er nauwelijks van, zo heet is het.

1 oktober: Biak

Mijn rug doet behoorlijk pijn van de verbranding, dus is het maar goed dat het enigszins bewolkt is vandaag. Het hotel bemiddelt voor ons een taxi voor de hele dag (70.000 rupiah), dus we kunnen gaan en staan waar we willen.

We besluiten naar Supiori te gaan, een eiland tegen Biak aan.

Het is al met al een lange weg naar het noorden en dan naar het westen.

Het asfalt is deels nieuw en deels lijkt het wel te stammen uit de Nederlands-koloniale tijd. Er zitten ongelooflijk veel putten in, grote putten, lang, breed, waterplassen, stukken zijn weg, bestaan soms niet meer en dat praktisch iedere 10 tot 20 meter.

Daarnaast schieten voortduren kippen, honden en geiten de weg op, dus duurt de rit bijna drie uur.

Onderweg komen we in een schitterend Biak: eerst nog wat armoedige dorpjes, daarna steeds meer dorpen aan de kust, direct aan witte zandstranden. Huisjes van volledig riet: rieten daken en houten wandjes, allemaal op palen.

Hier wonen eenvoudige, toch wel arme mensen. Maar wat is arm. Deze mensen hebben alles. Ze wonen in een paradijsje. Op het eiland Supiori is het al niet anders.

Onderweg zoeken we een waterval, die al gauw is gevonden. Het is niet zo'n hele grote, maar voor ons de eerste, dus we vinden het heerlijk. We zwemmen enkele uurtjes en lunchen tussendoor. Biak-papoea's (Nomfoerezen) zijn steeds in onze buurt.

Onderweg rijden we voorts door een echt tropisch oerbos, met kanjers van bomen. Je hoort voortdurend vogelgeluid van beo's, kaketoes en papagaaien. En af en toe zie je er zelfs één vliegen.

Dit bos heeft een diepe indruk op ons achtergelaten. 's-Avonds redelijk gegeten, o.a. ikan bakar, deze keer met nasi putih.

Tussentijdse evaluatie

Eten

Het eten in Nieuw Guinea is voornamelijk zogenaamd Chinees-Indisch, dus veel mie, nasi goreng, cap cay, kankung. Niet gevarieerd en niet zo lekker als in Nederland. Fruit en groente valt echt tegen, voornamelijk bananen, mandarijnen, doerian, een enkele papaya, meer niet.

Bananen zijn lekker, maar afgaand op de verhalen die ik in Nederland had gehoord had ik ze nog veel lekkerder verwacht. In Sulawesi is het slechts iets beter. Bali is heel anders.

Bevolking

Zo hier en daar is een enorme gastvrijheid te bespeuren, zelfs op het onderdanige af. Maar het merendeel van de mensen waar wij mee te maken hebben is (tot nu toe) vrij brutaal, soms wat onbeschoft en vaak probeert men je af te zetten. Dat is toch tegengevallen. Vooral aangezien er hele andere info uit Nederland komt door mensen die hier op vakantie zijn geweest (NB, in Sulawesi is het overigens heel anders).

We zien veel uitingen van "Indonesia Merdeka", 50 jaar vrij, vooral op Sulawesi. Waarschijnlijk heeft de regering veel geld gestopt in het plaatsen van talloze houten triomfbogen, soms zelfs bij particuliere huizen. Daarnaast hebben veel mensen hun hekken rood-wit geschilderd (gratis verf?). Zo lijkt het net of alle Indonesiërs achter het centrale regime van Soeharto staat.

2 oktober: Ujung Pandang

Op weg naar Ujung Pandang - Sulawesi, in een Boeing 737 verlaten we Nieuw-Guinea. En wat onmogelijk lijkt in Indonesië gaat ons lukken. We komen immers om 12 uur aan in Ujung Pandang (2½ uur vliegen), nemen een bemo naar het terminal-bus-station en kunnen daar om 14 uur overstappen op de bus naar Torajaland, een rit van 8 tot 10 uur. Perfecte aansluiting dus.

We arriveren na 9 uur rijden (340km) in Rantepao, waar we in de Wisma Rosa trekken. Dankzij een aardige Toraja-jongen, die ons dit hotel heeft aanbevolen, dingen we nog af van de kamerprijs:

dubbel bed 20.000 (ƒ 14), enkel 10.000, plus nog ontbijt voor 2.500.

Heel goedkoop dus en toch redelijke standaard.

Paulien wil nog iets eten maar alle tentjes zijn inmiddels gesloten.

3 oktober: Rantepao

We maken van deze dag een relax dag. Doen wat boodschappen, kaarten kopen, t-shirt, pak koffie als souvenir, naar info zoeken, geld wisselen bij de bank.

We drinken koffie bij Pia's Poppies met een pisang goreng erbij en praten wat bij met Nederlandse toeristen.

We doen heel luxe, want we lunchen in het mooie Indra hotel. Daarna is nog even tijd om naar Lemo te gaan, waar rotsgraven te zien zijn.

Het is wel heel interessant, maar voor Indonesische begrippen wat toeristisch (wij ontmoeten overigens geen enkele toerist bij deze graven, totdat we weggaan. Dan komen plots twee luxe busjes met een Nederlands reisgezelschap aanrijden).

Er is in één van de dorpjes in de omgeving een begrafenisceremonie, maar wij gaan daar niet heen. Het lijkt ons te bloederig.

We eten 's-avonds nogal duur, samen met twee Nederlanders, die we eerder hadden ontmoet vandaag, Heidi en André.

Het is een goed restaurant, Mamboo, het beste wat we tot nu toe hebben meegemaakt. We krijgen Toraja-specialiteit, kip met kokos in een bamboekoker, geserveerd met zwarte en donkere rijst. Daarnaast varken in sinaasappelsaus, ikan bakar en garnalen. Los daarbij tempeh.

We drinken echte fruitsappen en "tuak" (= rietsuikerwijn). Op deze laatste na smaakt alles zalig en we hebben er geen spijt van wat duurder te hebben gegeten (45.000 = ƒ 35).

Verder heb ik Hennie en Trees gebeld om te melden dat het goed gaat en dat we pa & ma telefonisch moeilijk kunnen bereiken.

4 oktober: Rantepao

Op weg voor een wandeling van Palawa naar Batutumonga (bemo 3 x 1000). We worden vlakbij Palawa afgezet, bij een terrein waar een begrafenisceremonie wort gehouden, Iedereen denkt dat wij die willen zien. Maar geen van ons drieën is gecharmeerd van een bloederig ritueel, want er worden in de open lucht, voor de ogen van de gasten, ossen en varkens geslacht op een voor ons wrede lugubere wijze.

Wij gaan dan ook niet dit terrein op, maar zoeken Palawa. Dit blijkt een prachtig voorbeeld te zijn van originele "tongkonans", de huizen van Toraja's. Het is echter wat vercommercialiseerd, met kraampjes en entreegeld.

Vanaf hier start de wandelroute, die met herhaaldelijk vragen onderweg heel gemakkelijk zonder gids te doen is. Het wordt deze dag allengs warmer en we pauzeren dan ook regelmatig voor een drank-en-eet-pauze.

Ik heb nog een mueslireep bij me vanuit Nederland, maar mogelijk is die verkeerd gevallen. Ik wordt namelijk gaandeweg de wandeling beroerder en heb, behalve die reep, hetzelfde gegeten als Ronald en Paulien. Eerst denk ik aan de warmte, want ik ben op Biak op een niet geëvenaarde wijze op rug en armen verbrand.

Op mijn armen vormen zich weer talloze blaasjes en op mijn rug blaasjes die inmiddels een hele grote omvang krijgen.

Die verbranding in Biak is een goede les geweest en hopen maar dat mijn huid er niet blijvend schade van ondervindt.

Maar ikzelf denk dat ik waarschijnlijk beroerd ben geworden van de reep. Rond een uur of twee komen we aan bij Lempo, vlak voor onze eindbestemming Batutumonga. Eigenlijk moeten we deze wandeling afmaken, maar in Lempo moet ik ineens acuut overgeven en behoorlijk heftig ook. Dus besluiten we om van hieruit met de bemo terug te gaan naar het hotel. Onderweg stopt de bemo, omdat er meerdere mensen misselijk zijn geworden in het busje. En ook ik moet dan opnieuw over mijn nek.

Thuis gekomen zoek ik snel het bed en slaap door tot 8.30 uur. Ik ben niet meegegaan met eten en verwacht morgen toch weer op de been te zijn.

5 oktober: Rantepao

's-Morgens vroeg op want ik ben inmiddels behoorlijk uitgeslapen. Ik voel me al weer redelijk fit, dus we kunnen er weer op uit.

We reserveren de bus voor Pendolo, de plaats aan de zuidkant van het Poso-meer (3 x 20.000 rupiah).

Verder moeten we nog de vlucht boeken van Palu naar Manado. Dat wordt lastig, want we kunnen uitsluitend met Bouraq vliegen, één van de nationale luchtvaartmaatschappijen. Na veel moeite lukt het telefonisch contact te leggen. Aan de andere kant van de lijn spreekt men gebrekkig Engels, maar we weten de vlucht Palu-Manado te reserveren voor 12 oktober. We moeten alleen nog een ticket kopen. Afwachten maar of dat gaat lukken onderweg naar Palu.

We bezoeken vandaag Makale, het stadje ten zuiden van Rantepao, en van daaruit de warmwaterbronnen in Makula. Dit stelt werkelijk weinig voor, maar je moet er wel entree betalen (1250 rupiah). Je kan er ook zwemmen in warm water (nog 1000 rupiah) , wat wel aardig is. Tenslotte kan je er ook de grot bezoeken (weer betalen, 1000 rupiah) en dit is een redelijk tripje, maar ook niet meer dan dat.

In de stad Makale lopen we wat rond en we zoeken tevergeefs naar een drinkgelegenheid. We komen zelfs geen supermarkt tegen waar gekoelde drankjes worden verkocht.

Terug maar weer naar ons eigen dorp waar we bij "Indo's Grace" cola en thee drinken. 's-Avonds gaan we weer bij Mamboo eten, omdat dit restaurant ons uitstekend bevalt.

Uiteraard ontmoeten we weer André en Heidi, die ook iedere avond hier eten. Het is heel gezellig deze avond en we eten redelijk (tahu) tot heel goed (ajam pangang, saté rundvlees, tempeh, frikadel, ikan tim): 45.000 voor 3 personen. De kat van het huis neemt steeds onze visresten en peuzelt ze op de vloer van het restaurant op.

6 oktober: Rantepao

"Hello.... gula gula....". Dit horen we vandaag weer eens de hele dag, zoals eigenlijk in heel Toraja-land. Wel wat vervelend, die kinderen. Ze bedelen dus om snoepjes. Ze zijn enorm verpest door al die toeristen hier.

Vandaag gaan we door waar we eergisteren zijn gestopt. Vanuit Lempo naar Batutumonga, Tikala, naar huis.

In de bemo ontmoeten we 2 Nederlandse jongens (niet gek overigens) die ook deze richting uitgaan.

Lopend aangekomen in Batutumonga treffen we er diverse onderkomens aan met aanpalende restaurantjes. Dus (het is nog heel vroeg) eten we hier wat: rijst met kip en sajor, wat allemaal tegenvalt. Overigens lijkt het heel leuk om hier te overnachten en van hieruit tochtjes te maken.

Het uitzicht is werkelijk geweldig, maar aan de andere kant zijn we natuurlijk toch ook al wat gewend in deze vakantie.

De wandeling naar Rantepao is eigenlijk één lange afdaling (van 1500 naar 700m). Het is hier heel mooi. Het laatste stuk wordt wat vlakker en we zien in de verte donkere wolken aankomen. Dus nemen we de eerste bemo die langskomt naar Rantepao. Blijkt het nog maar een klein stukje te zijn, dus was de bemo eigenlijk niet nodig.

Voor de laatste keer eten we in Mamboo. Nou ja, eten, schransen wordt het. We bestellen saté babi, pangsit, tempeh, fou young hai, krokante kip, gado gado. Alles was zalig, bijna perfect. We eten ons haast te barsten.

7 oktober: Pendolo-Poso

We verlaten Toraja voor een busrit van 8 uur naar Pendolo, aan het Poso-meer.

We zitten in een klein busje voor max. 25 personen, maar de laatste helft van de rit zitten er 31 mensen in plus de nodige vracht (bagage, rijst e.d.).

De chauffeur rijdt perfect, heel voorbeeldig. Überhaupt wordt in Sulawesi goed gereden, zelfs door de bemo-chauffeurs.

De weg, sinds enkele jaren geasfalteerd, is zeer goed. Voldoet zelfs aan onze westerse normen. Het landschap is weergaloos. We rijden al snel door een berggebied met tropisch oerwoud. Prachtig !

Echter voor een aantal buspassagiers is de weg veel te kronkelig, want er zijn diverse zieken in de bus. Paulien ziet deze rit dan ook helemaal niet zitten. Maar, we moeten wel.

Onderweg is er een mogelijkheid om te eten, maar gezien het aanbod doen we dit niet. We leven op kaakjes e.d. Vrij plotseling wordt omgeroepen dat we in Pendolo zijn aangekomen. Het is dan nog geen 7 uur in de avond. Wij hadden verwacht en ook doorgesproken met de busorganisatie, dat het wel 10 uur zou worden. Mis-communicatie dus, gelukkig in ons voordeel.

Het regent keihard, maar we moeten eruit, spullen pakken en een hotel zoeken.

Dat lukt makkelijk en dit wordt wel heel goedkoop (5000 rupiah voor 1 pers.kamer = ƒ 3,50). We hebben volop tijd om te eten: nasi voor 2.500 en nog lekker ook.

De kamers zijn uiteraard niet geweldig, maar het kan er allemaal mee door. Het water stroomt, licht doet het, we kunnen koude cola krijgen. Wat wil je nog meer. We besluiten nog 1 volle dag hier te blijven.

8 oktober: Pendolo-Poso

Het Hotel Victory ligt direct aan het meer met twee terrassen zowat boven het water gebouwd.

Vanaf hier huren we een bootje met bestuurder en een zgn. gids (45.000 de hele dag), die ons na 1½ uur varen bij het orchideeënpark en een idyllisch strandje brengt . We zitten in een vrij smalle prauw, die meteen al bijna omslaat bij het instappen. Gelukkig gaat alles nog goed en is het water heel rustig, dus hebben we wat dat betreft niets te klagen. Echter de zit in de boot is een verschrikking.

Het orchideeënpark stelt niet veel voor. We hadden dit ook wel verwacht, dus is het geen teleurstelling. Voorts kan je heerlijk zwemmen op een heel mooi strandje. We zien van alles in het meer, kleine en grote visjes, garnalen. Het water is zeer helder, zoals ook was beschreven in de Lonely Planet.

We keren vroeg terug, rond 1 uur, want het schijnt dat in de namiddag de wind opsteekt rond het meer. We merken er tot nu toe overigens niet veel van. Want de boottocht verloopt voorspoedig.

Maar...... eind van de middag gaat het dus toch spoken op het meer. Veel wind en heel harde tropische regen.

Overdag zijn we nog aangesproken door een jonge vrouw vanuit het dorp, die aanbood bij haar thuis te eten. Zij doet dan de boodschappen, wij geven haar het geld (20.000 rupiah, niet te weinig!) en 's-avonds diner bij haar thuis. We vonden het wel duur, maar het idee bij Indonesiërs in huis te eten sprak ons wel aan.

Zij zou koken met haar moeder en samen hebben ze klaargemaakt: cap cay, ikan mas, gebakken banaan, papaya. Wel wat karig voor het geld, en ook niet zo smaakvol. Het viel al met al dus wat tegen, maar niet geschoten is altijd mis.

Overigens was het niet zo gezellig als we hadden gedacht. Niet de hele familie was om ons heen, nee alleen Merry. De rest was in de keuken of ging/moest het huis uit.

Merry leek een aardige meid (22 jaar), maar al heel snel kaartte ze onderwerpen aan die wij normaliter niet met vreemd gezelschap zouden bespreken. Vooral over hoertjes in Indonesië en mannetjes en vrouwtjes en of ik niet een Indonesische vrouw naar Nederland mee wilde nemen. Ze vond mij heel nadrukkelijk leuk en deed zelfs avances mijn richting uit.

Alles bij elkaar niet zo leuk dus. We zijn weer een ervaring rijker en vertrouwen er maar op dat we nét pech hebben gehad een vreemd Indonesisch gezin te hebben ontmoet.

9 oktober: Tentana

Vandaag vertrek om 8.15 uur uit Pendolo. Onderweg stopt de ferry één keer om lading op te halen. Twee sterke jongens moeten rond 50 zakken van misschien wel 50 kilo per stuk aan boord sjouwen.

Zeer zwaar, en daarbij komt dat het vandaag weer eens bloedheet is. Voor die jongens niet zo leuk, want andere figuren, die volgens mij ook bij de boot horen, staan er maar wat bij te lummelen. Blijkbaar zijn dat de verhoudingen in Indonesië. Niet om je over op te winden, want blijkbaar heeft iedereen toch een hoop lol.

Zoals gezegd, het is erg warm aan boord van de ferry. We zijn dan ook blij dat de tocht niet meer dan 3½ uur duurt.

In Tentena worden we geholpen door "Ram", die ons gisteren heeft gevaren in het kleine bootje. Ram is een hele aardige jongen en brengt ons direct naar het hotel Wasantara, direct aan het meer, 100m van de steiger.

Een perfect hotelletje, lekker schoon, zeer ruime kamers. En het mooiste is, dat een paar stappen van onze voordeuren vandaan een stenen trapje gaat, dat direct uitkomt in het meer.

Dus we doen meteen de was en baden in het meer. Zaaaalig! Dit is echt genieten. We gaan daarna nog lunchen (nasi goreng en bami kuah met saté) wat niet zo lekker smaakt. En dit is helaas het enige restaurant in Tentena. Verder in de middag regelen we een boel: de vlucht naar Manado wordt opnieuw bevestigd, nu echt goed geregeld (gelukkig).

Op verzoek van Paulien proberen we een vlucht met de missionarissen naar Palu te boeken. Deze gaat morgen (vliegt eenmaal in de week), maar heeft helaas nog maar één plaats vrij. Op aanraden van de persoon in het toeristenburo (zeer behulpzaam) boeken we bij hem een privé-taxi: 160.000 rupiah. Deze brengt ons in de nacht van 11/12 oktober naar Palu: 6 uur rijden. De bus zou er rond 8 uur over doen (kosten 10.000 p.p.).

Verder bij hem 3 fietsen geregeld voor morgen om naar de watervallen te gaan. Lijkt ons wel heel leuk.

's-Middags kopen we "pisang molen", dat is gebakken banaan met een dun laagje meel dat door een molentje wordt gedraaid en daarna heel dun is. Daarna lopen we ons het ape-lazerus naar Telkom om een telegram te versturen naar Deborah in Ede, die morgen jarig is.

Telefoneren naar Nederland is van hier helaas niet mogelijk. Wel via een omweg, kosten minimaal 34.000. Doen we niet, veel te duur. Ik wacht wel met bellen tot we in Palu zijn.

's-Avonds blijven we bij het hotel hangen, gezelliger is niet mogelijk in Tentena.

We hebben ananas en gebakken banaan, vragen kokend water voor eigen thee. Heerlijk! Gewoon relaxen, direct aan het Poso-meer, midden in Sulawesi. Dat is toch fantastisch.

10 oktober: Tentana

Eerst Ronald en Paulien gefeliciteerd met Deborah's verjaardag.

Verder het hotel betaald (16.000 per kamer) en gevraagd of we de kamer mochten blijven gebruiken tot in de avond, want vannacht vertrekken we met de privé-taxi naar Palu.

Het blijkt geen enkel probleem bij deze aardige mensen.

Vandaag halen we de fietsen, kijken of ze redelijk in orde zijn en gaan dan op naar de waterval.

De mountainbikes zijn niet geweldig, we hadden ook niet anders verwacht. Vooral de remmen van één fiets zijn nauwelijks werkzaam. We redden er ons echter makkelijk mee en fietsen heerlijk naar de waterval. Een rit van 1½ uur, de eerste helft over perfect asfalt, daarna de kampong in, langs een Balinees migrantendorp. De weg is dan louter stenen en een mountainbike is dan onmisbaar. Onderweg zwaaien en groeten weer talloze mensen naar ons (Hello Mister, soms Hello Tourist).

Voordat we bij de waterval komen moeten we eerst in het boek van "Pappa Pia" onze naam schrijven. Hij woont hier met wat familie onderaan de waterval en maakt het voortdurend schoon (afval van toeristen).

We drinken heerlijke koffie en zetten de pas erin richting waterval.

We worden beslist niet teleurgesteld. De waterval "Salopo" is echt de moeite waard. Het is niet één waterval, maar een uit talloze trappen bestaand geheel. Enorm hoogteverschil!

We klimmen eerst door het bos (een schitterend oerwoud) naar boven en daarna door het water. Het is heel leuk en toch wel uitdagend, want dwars door een waterval omhoog klimmen doe je niet iedere dag.

Behalve wij drieën zijn er nog 2 mensen, Nederlanders dus weer. Verder is het volstrekt niet toeristisch. Het is hier nog echt onbedorven.

De weg terug fietst wat eenvoudiger dan heen. Het loopt dan ook iets af. Vooral voor Paulien fijn, want die vond de heenweg behoorlijk pittig. We brengen de fietsen terug, ik ga baden in het meer en we gaan heel vroeg eten (4.30 uur). We hebben ontzettend honger. Weer in hetzelfde (enige) restaurant hier. Maar vandaag smaakt het heerlijk. Zeer goede ajam goreng ketjap, lekkere cap cay en "sugli", aal uit het meer. Deze smaakt wat minder. Wel heel lekker gebakken aardappelen.

Daarbij drinken we zalige verse vruchtensap (mix). Alles bij elkaar 19.000. 's-Avonds doden we de tijd, want de privé-taxi komt pas om 24.00 uur. We dobbelen wat, doen Franse les, schrijven de dagboeken weer bij.

11 oktober: Palu

Middernacht staan we voor het hotel te wachten op de taxi naar Palu. Deze komt slechts enkele minuten te laat. We krijgen een chauffeur die uitsluitend Indonesisch spreekt. Op zich zitten we goed in de Toyota Kijang (4WD). Maar ik denk dat een bus fijner en comfortabeler zit en dat er meer tijd en rust is om te slapen (ondanks de vaak hectische toestanden in de bus).

In de taxi schudt je behoorlijk door elkaar en daarbij komt dat je als het ware meerijdt met de chauffeur. Het is namelijk een ingewikkelde bochtige weg, die inspanning en concentratie vergt.

De chauffeur doet het op zich goed, rijdt stevig door, maar geeft toch een veilig gevoel.

We rijden steeds in het donker met weinig tegenliggers, die eenvoudig te herkennen zijn 's-nachts met hun verlichting. Het voortdurend claxoneren voor bochten, wat nodig is hier op Sulawesi, kan daardoor achterwege blijven.

Er is onderweg slechts één dissonant. Dat was niet een man die midden op de weg languit lag, blijkbaar dronken, te slapen. Nee, echt vervelend was enige kilometers verderop toen, zoals gebruikelijk de hele weg door, er zich weer dieren op de weg bevonden. Het lijkt erop dat beesten 's-nachts niet slapen en gewoon doorgaan met eten e.d. Of het nou koeien, geiten, kippen of honden/katten zijn.

De chauffeur remt inderdaad steeds (tientallen malen dus) tijdig af, claxonneert en ontwijkt ze behendig en veilig. Echter deze keer ging het fout.

We rijden vrij hard. Er bevonden zich 2 honden op de weg, één grote, één kleine. Veel claxoneren, iets afremmen en de honden begeven zich naar de kant. Te langzaam echter. Wij raken voluit het kleine hondje en rijden er gewoon overheen!

Ik vind het verschrikkelijk, de chauffeur vindt het ook niet leuk, glimlacht zuur en verontschuldigend, maar we rijden door.

In Indonesië gaat men, zoals algemeen bekend, heel anders om met dieren. Ik begrijp dat wij er deze keer ook niet echt veel aan konden doen. We rijden door, de hele situatie lijdzaam accepterend.

We stoppen onderweg een enkele keer voor pauze en Paulien slaapt ondertussen goed door. Zowel Ronald als ik doen praktisch geen oog dicht, dus we slaan deze nacht volledig over.

De wegen in Sulawesi zijn bijzonder bergachtig. Er zijn op bepaalde trajecten zoveel bochten, je wordt er tureluurs van. Ik denk gevoelsmatig dat de bergwegen in Europa niet zoveel bochten tellen als hier. En dat is niet op een enkele plek op Sulawesi, het is nagenoeg over het hele eiland zo. En met name déze wegen gaan dwars door tropisch oerwoud. Dus qua uitzicht is het genieten.

We komen na 7 uren flink doorrijden (285km) aan in Palu. We moeten bellen, naar de bank plus een vliegtuigticket kopen, maar de zaken openen pas om 8 uur, dus we hebben nog een uurtje tijd voor een bakkie koffie in een plaatselijk koffiehuis.

De zaken worden voorspoedig afgehandeld, dus rijden we snel door naar Tanjung Karang, 40km van Palu, waar een leuk strand is met cottages direct aan zee.

Daar checken we in, na wat afdingen wordt het 15.000 rupiah = ƒ 11 per persoon, volpension!

De cottages zijn vrijstaande rieten/houten huisjes op palen. Ieder huisje heeft twee bedden, een heerlijk terras met uitzicht op strand en zee. Verder goede sanitaire voorzieningen. Alles is inbegrepen (ook thee en koffie).

We logeren bij twee ontzettend aardige Sulawesi-jongens, die veel service verlenen. Ik vroeg bijvoorbeeld om thee en coca cola. Cola hebben ze eigenlijk niet op voorraad, blijkt achteraf, want speciaal voor ons gaan ze gekoelde cola halen in het dorpje, enkele kilometers verderop.

We krijgen rond 1 uur lunch en zijn wat huiverig om alles te pakken: pompoen met kerrie, gebakken visje, tempeh, groente, witte rijst en verse ananas toe. O ja, nog schijfjes komkommer plus water uit een kan. We wagen het erop en eten gewoon alles wat op tafel staat, hoewel een en ander inmiddels koud of afgekoeld is. Het smaakt voortreffelijk (Paulien is een andere mening toegedaan) en we krijgen geen van drie acute maagklachten.

's-Avonds krijgen we wederom lekker eten. Er zijn nog 4 andere toeristen (Amerikanen). Op het terrein is geen elektriciteit, dus worden 's-avonds overal olielampjes opgehangen, twee bij ieder huisje. Echter, het gaat steeds harder waaien, dus praktisch alle lampjes waaien uit.

Bij het overdekte eetgedeelte hangen twee grotere stabiele olielampen, die ondanks de storm aanblijven. Voorts regent het weer zeer hard; onder het eten doet dat sfeervol aan, samen met het geluid van de zee, dat tegen de kant beukt.

Ik ga vroeg slapen, 8 uur, want een nacht overslaan gaat je niet in de koude kleren zitten.

Voor ons gemak zijn de bedden al voorzien van een klamboe en 's-nachts krijgen we weer eens bezoek, nu van muizen.

12 oktober: Tanjung Karang

We krijgen lekker ontbijt, oliebol gevuld met gula jawa en kokos plus een donut.

We verlaten de cottages en met de taxi (een onzekere sullige chauffeur) gaan we naar de luchthaven van Palu. We horen dat de vlucht ruim een uur vertraging heeft, dus nemen we een bemo en gaan nog even de stad in.

De vlucht gaat voorspoedig, want een geplande tussenstop blijkt niet nodig: geen passagiers daar. Dus we komen nog redelijk op tijd aan in Manado, Noord-Sulawesi. Met hulp van een heel vriendelijke man van de toeristenservice op het vliegveld Manado gaan we naar het Kwanka Kecil Hotel in de stad.

Manado is een echt drukke stad en heeft zelfs Europees aandoende warenhuizen en pleinen. De bemo's zijn hier allemaal blauw en de straten zien dan ook soms letterlijk blauw van de minibusjes.

's-Avonds zijn we enigszins moe en ploffen een restaurant in, de eerste de beste die we kunnen vinden. Het is een soort V&D-restaurant, maar van het mindere soort. We eten er bar-slecht, het minste van de hele vakantie tot nu toe. Heel jammer! Paulien eet zelfs niets. Daarna drink ik mijn eerste tjendol, in een hele grote supermarkt. De tjendol smaakt redelijk, niet meer dan dat.

13 oktober: Manado

Een planning maken voor tripjes rond Manado is lastig. We kunnen de vulkaan Lokon beklimmen, of een tocht door de jungle van Tangkoko maken (beide een volle dag), maar voor Paulien is dit teveel.

We besluiten dan ook vandaag eerst de nodige boodschappen te doen en in de middag naar een strandje te gaan bij Tasik Ria, waar tevens het nieuwe luxe Manado Beach Hotel staat.

We winkelen in de stad en kopen lekkere hapjes (eindelijk durven we wat meer van de straat te eten): kue lapis, lumpur, lalapan, tropische koeken e.d. Alles smaakt goed tot voortreffelijk en is belachelijk goedkoop: 200 rupiah, 15 cent per stuk.

Overigens heb ik weer last van blaarvorming, mogelijk als gevolg van Lariam (pillen tegen malaria)? Ik had er een week geleden ook al last van. Deze Lariam, een pil tegen malaria, schijnt een agressief middel te zijn. Nog even het vervolg hiervan nagaan.

Verder weer veel problemen met geldopname.

's-Middags gaan we met de bemo naar Tasik Ria (3 x 1000 rupiah). Daar moet een prachtig strand zijn en een nieuw hotel: Manado Beach. Het hotel is er en is prachtig (2 maanden terug heeft Beatrix hier 3 nachten geslapen).

Echter er is nauwelijks strand, alleen wat zwart zand rond mangrove-bomen. Een behoorlijke misser dus. We proberen een bemo te nemen voor een andere bestemming, maar deze keer hebben we geen geluk. Er zijn hier weinig bemo's en ze stoppen niet voor ons, want ze zitten allemaal vol.

We besluiten bij het hotel te blijven, eerst wat drinken, dan zwemmen, zonsondergang genieten en dan lekker eten (heel duur waarschijnlijk) in het hotel.

Het zwemmen is heerlijk, de fruit-juice dito. We ontmoeten weer eens Nederlanders, nu een groep die met SOC reist, en verder een Indonesisch-Chinese jongen met een Italiaanse vriendin. Hij spreekt Nederlands, want heeft jaren in Nederland gewoond. Zij spreekt goed Frans, dus babbelen we samen wat. Heel prettige mensen.

Op naar het eten. Vrij duur (33.000 rupiah = ƒ 25), maar ...... excellent eten. Prachtig restaurant, zeer ruime zit, goede bediening. En het eten is voortreffelijk, een redelijk groot buffet en overheerlijke toetjes en fruit. Alles, echt alles is goed, zelfs de drankjes (luxe cocktails). Het geld dubbel en dwars waard.

Wederom zit hier de Nederlandse groep met reisleider, waarvan we de tweelingbroer eerder hadden gezien in Nieuw-Guinea (over toeval gesproken).

We nemen een taxi naar ons eigen hotel terug. Deze rit gaat bloedstollend hard over een bochtige weg met een enkele tegenligger. Voor het eerst in Sulawesi, geen prachtige rit.

14 oktober: Bunaken

Na het ontbijt (nasi goreng, brood, banaan) gaan we naar de haven om een boot te charteren voor het eilandje Bunaken. Alle bagage bij ons, dus wel sjouwwerk.

We worden in de haven al snel aangesproken door een zekere Daniël, die ons voor 2.500 rupiah naar de overkant wil brengen. Daar zijn we vrij om het onderkomen te kiezen, maar uiteraard biedt hij zijn "Homestay" aan.

Wij gaan eerst zelf wat kijken, zeggen we, en besluiten daarna pas. Het is drie kwartier varen in een brede prauw. Een zalige overtocht. Aangekomen op Bunaken bekijken we de cottages van Daniël, die er goed uitzien. Tevens is er al direct een gast uit te horen (een Nederlander dus weer) die enthousiast is over Daniëls Homestay. We nemen het, vooral omdat we een gunstige prijs krijgen (20.000 ipv 25.000, all in, al het eten, thee in de namiddag met hapjes, alle koffie, water).

We huren snorkeluitrusting (9.000 per dag) en gaan er direct op uit. Natuurlijk is het genieten tijdens het snorkelen. Werkelijk fantastisch wat je allemaal ziet: de mooiste koralen en vissen in allerlei bonte kleuren. Nog geen echt grote vis gezien. Bunaken is een eiland dat een beschermde status heeft als natuurpark, inclusief alle wateren eromheen. Ook de onderwaterwereld is beschermd gebied, gelukkig maar, want hier is het heel bijzonder. Er zijn veel zeldzame vissen en koralen en zelfs Australiërs komen hier duiken, terwijl zij het Groot Barrière Rif al hebben.

We lunchen heerlijk (ikan bakar met pittige saus, lekker bereide aubergines, verse groente, kroepoekjes, banaan toe).

's-Middags bekijken we het dorpje Bunaken (rond 1.000 inwoners) en moeten in de stromende regen terug naar de cottages. Ik ga daarna weer ruim een uur de zee in, vooral mijn wond/blaar moet wat genezen. Die ziet er op dat moment nog niet zo mooi uit: ik spoel het af met zoet water (uit de bron van Daniël) en laat het opdrogen. Daarna Betadine erop.

Het diner is redelijk goed verzorgd. Aan tafel zitten behoorlijk wat gasten: zo'n 15 man, hetgeen een goede bezetting is hier. Merendeel is Nederlands dus is het makkelijk praten. Er zitten heel fijne mensen tussen, zoals Wil en Bert. Verder nog Ernst, die al een jaar weg is van huis, waarvan de laatste 5 maanden in Indonesië.

De staf van Daniël maakt zich op om naar een bruiloft te gaan in het dorpje. Ze verlaten ons volledig, de gasten blijven alleen achter. Gek eigenlijk, maar we redden ons wel. Ronald wil 's-nachts nog wat vissen, maar ziet er toch vanaf, omdat er te weinig licht uit ons zaklampje komt én hij geen goed aas heeft.

In de Homestay is het overigens een uitermate relaxte sfeer. Om je echt te ontspannen en uit te rusten.

15 oktober: Bunaken

Tweede dag op Bunaken. Heerlijk geslapen, zo vast als een blok.

Ik krijg steeds meer last van mijn benen. Eerst twee spontane blaren rechts, maar er komen steeds meer plekken bij. Vreemd.

Heel vroeg al direct gaan snorkelen. Je ziet weer van alles, vliegende vissen, zeeslangen, gepen, een rog en octopussen. Verder de hele dag luieren, nietsdoen, kletsen met andere gasten.

Voorts weer een uurtje Frans gesproken met een jongen van Manado, die daar op de universiteit Frans studeert en steeds mensen zoekt om de taal in de praktijk te brengen.

's-Avonds lekker eten en heel gezellig aan tafel. De andere Nederlandse toeristen in dit onderkomen zijn uitermate prettig gezelschap. We besluiten voor morgen een boot te charteren met twee andere gasten, Egbert en Vorrie.

16 oktober: Bunaken

Laatste dag op Bunaken. Deze gaan we goed besteden, want we hebben voor de hele dag de boot van Daniël gehuurd. Deze brengt ons op snorkelplekken rond het eiland Bunaken en het eilandje Siladen. Erg makkelijk, we hoeven nu niet van het strand af te lopen naar de rand van het rif (meestal 100 tot 200 meter), maar met de boot liggen we er direct boven en duiken vanaf de boot zo in het diepe (niet goedkoop: 80.000 incl. de terugtocht 's-avonds naar Manado). Maar de kosten dubbel en dwars waard.

Eerst op twee verschillende locaties snorkelen, daarna lunch op het "grote" strand van Bunaken (rijst met heerlijke saus, kool, papaya). In de middag nog één keer snorkelen.

We genieten met volle teugen, daar zijn we alle vijf over eens. Wat wel is opgevallen: rond Bunaken is op sommige plaatsen het koraal behoorlijk, dus goed zichtbaar, aangetast ofwel beschadigd.

Dat komt door dynamiet-visserij en ook wel door de toeristen. En dat terwijl Bunaken officieel beschermd natuurgebied is.

In de middag regent het wat en keren we terug naar Daniëls Homestay om de bagage op te halen. Eerst frissen we wat op en drinken koffie. We ontmoeten weer eens mensen die we al eerder hadden ontmoet, mijlen hiervandaan: Zwitserse jongeren. Het blijken aardige jongens plus één meisje te zijn en ik kan wederom mijn Frans ophalen.

In Manado aangekomen gaan we weer naar hetzelfde hotel en ontmoeten daarna Wim en Lenie weer, die we eerder in Nieuw-Guinea hadden ontmoet!!! Opnieuw een onwaarschijnlijk weerzien.

Dit zijn vooral gezellige lui, praten makkelijk, vooral over vakanties, dus spreken we af dat we 's-avonds samen ergens gaan eten.

Wij kopen ondertussen wat koekjes en hapjes (indische dingen allemaal) voor morgen, want dan gaan we vroeg op pad voor een tocht in de Minahassa.

Met Wim en Lenie uit Naaldwijk, eten we bij een Padang-restaurant, voor ons een nieuwe ervaring. Alle gerechten van het huis komen op tafel en alleen datgene wat we eten wordt doorberekend. Wij eten veel, maar totaal koste het 26.000 incl. cola e.d. voor 5 personen (= ƒ 19). Padangs blijkt overigens behoorlijk heet eten te zijn en er zit van alles tussen, longen, maagjes e.d. Voor de liefhebber smaakt het behoorlijk goed. Maar voor mij persoonlijk is dit niet voor veelvuldig herhaling vatbaar.

17 oktober: Manado

Vandaag de was terugontvangen van het hotel. We nemen de hele dag een taxi (100.000 rupiah!) en hebben een route uitgestippeld en dit herhaaldelijk doorgesproken met de mensen van het hotel. De chauffeur had een andere route in gedachten dan wij, dus dat botste meteen al. Hij sprak overigens niet één woord Engels. Uiteindelijk de route overeengekomen, komen we aan in Tomohon. Blijkt onze eerste bestemming, beklimming van de vulkaan Lokon, dus niet mogelijk ! Deze info uit eerste hand op het politiebureau. Waarom horen we dit nu pas? De vulkaan blijkt al een maand lang gevaarlijk te zijn. Wederom een teleurstelling en ik baal als een stekker. In het hotel (en tevens de chauffeur) was iedereen het over eens dat dit te doen was. Ik denk achteraf alleen maar om ons in een peperdure taxi te krijgen. Wat dat betreft een nare ervaring met Indonesiërs.

Rest ons niets anders om over de route goed na te denken en te praten, want nu blijkt dat wij gedrieën ook onderling volkomen langs elkaar heen hebben gepraat.

De idee van zo'n dure taxi was geboren uit het feit dat Paulien stellig zei dat van de beschikbare dagtochten rond Manado de beklimming van de vulkaan direct afviel (weg 1e dagtocht) en bezoek aan het natuurreservaat eveneens (weg 2e dagtocht). Dus met die kennis in het achterhoofd denk je verder en blijft weinig over. Uitsluitend een tocht door de Minahassa. Met een bus/bemo niet te doen, dus een taxi.

Hiervan geleerd hebbende spreken we af dat we uitsluitend een sullige toer maken die dag, hetgeen ik achteraf geen bezwaar vind, want ik voel me die hele dag belabberd.

We bekijken pottenbakkerijen, meubelmakers, hete zwavelbronnen, een Japanse grot, pindabranders, waruga's (oude graven). Tevens hebben we op de pasar hond en vleermuis te koop zien liggen. Niet zo'n leuk gezicht overigens.

's-Middags ben ik nog een uurtje gaan slapen (ben erg moe en niet helemaal fit) en 's-avonds weer eten met Wim en Lenie. Heel leuk en het eten is prima: chinees restaurant. Wim heeft korting gevraagd en gekregen.

18 oktober: Manado

Nog eenmaal een hele dag erop uit. Bestemming vandaag is Tangkoko. Een natuurreservaat waar met geluk in het wild apen, koeskoes en grote vogels te zien zijn. Met bemo's en tenslotte achterop een pick-up-truck, bereiken we in ruim 2 uur het reservaat.

Het laatste stuk, een uur in de open pick-up, valt reuze mee. De weg is wel op diverse plaatsen bar slecht en je zit op een keiharde houten plank, maar de sfeer achterop is heel gezellig. De jongens met name, doen heel stoer, want er zitten immers toeristen in de pick-up (wij dus).

Voor de entree van het park betaal je een klein entreegeld (750 rupiah) en je moet een gids nemen (10.000). Deze centen waren goed besteed want de gids legt steeds uit wat er zoal aan de hand is, welke bomen, planten, insecten we zien. Al gauw ontdekken we kleine hagedissen en slangen.

Onderweg ontmoeten we Amerikaanse wetenschappers die onze gids vertellen dat ze apen hebben gezien, de unieke zwarte makaak die alleen op Noord-Sulawesi voorkomt. Wij achter de gids aan, die op zoek gaat naar de apen en we hebben geluk. We treffen een grote groep makaken aan die we op zo'n 10 meter kunnen benaderen. Nooit gedacht dat we in een tropisch oerwoud zo dichtbij wilde dieren zouden kunnen komen. De apen vluchten niet, ze trekken zich geleidelijk aan terug. Maar wij kunnen ze lange tijd blijven volgen. De zwarte makaak is niet zo heel groot, de grootste meet misschien 70 cm hoog. De gids herkent deze groep bestaande uit zo'n 60 apen, als Rambo1.

Op een gegeven moment raken ze volledig uit zicht, maar de gids weet dat groep Rambo2 ook in de buurt moet zijn. Vroeger was dat één grote groep van 100 apen, maar dat is op een bepaald moment goed fout gegaan en de groep splitste zich op. Inderdaad ontmoeten we al snel de tweede groep, die we mogelijk van nog naderbij kunnen zien.

Na deze enerverende ontmoetingen gaan we op zoek naar de koeskoes, het zogenaamde spookdiertje. Deze leven in immens grote bomen. We gaan naar zo'n boom toe, die werkelijk indrukwekkende afmetingen heeft. Deze bomen hebben talloze takken, holen en gaten, waar het spookdiertje kan vertoeven. Overdag slapen ze, heel hoog in de boom. Ze zijn nu dus volstrekt onzichtbaar. Tegen schemertijd komen ze te voorschijn. Helaas voor ons is dat veel te laat, want vervoer terug naar de bewoonde wereld wordt dan een serieus probleem. Je kan overigens wel slapen in het park, maar daar hadden wij niet op gerekend. Dus in overleg met de gids gaan we terug.

We bedanken de gids voor de onvergetelijke ervaring en kunnen nog even naar zee dat zich waarachtig vlakbij de ingang van het park bevindt.

Dit strand is weer volstrekt anders dan wat we eerder hadden gezien. Het bestaat namelijk uit lavasteentjes en is dan ook helemaal zwart. Maar dan ook pikzwart, zonder vervuiling van de zee, zoals schelpen, zeewier e.d. Het ziet er mooi, apart uit.

Om half 4 charteren we een pick-up voor 20.000, die ons in ruim een uur naar Bitung brengt, 25 km verderop. Deze pick-up is oud en wij stuiteren achterin heerlijk op en neer. Ook hier is het landschap schitterend en het moet gezegd, de hele Minahassa is prachtig. Voldoet helemaal aan onze verwachtingen van een tropisch Indonesië op haar mooist.

Eigenlijk geldt dat voor heel Sulawesi: prachtig eiland, zonder meer.

Overdag hebben we van alles gesnoept en gegeten: appels, mandarijnen, cakejes, cashews, rempejeh. Daardoor hadden we geen van drie 's-avonds echt honger. Voordat we toch gaan eten proberen Ronald en Paulien nog naar huis te bellen, hetgeen niet lukt. Wel zelf even Ma gebeld en de stand van zaken doorgegeven.

's-Avonds eten we een klein hapje in het Mata Hari-warenhuis, gewoon bami goreng. Daarbij een heerlijk drankje "es teller" genoemd, waar van alles inzit, kelapa, agar agar, kolang kaleng, vers fruit en wat tjendol. Dit smaakt, i.t.t. de tjendol eerder, voortreffelijk.

Paulien is de hele dag niet in orde en heeft vreselijk heimwee. Ze onderdrukt dit met medicijnen, maar het blijft vervelend.

's-Avonds eet ze dan ook niet en probeert een tweede keer met thuis te bellen. Weer geen geluk, maar wel het antwoordapparaat ingesproken.

19 oktober: Bali

Vandaag begint de weg terug naar Nederland. Eerst naar Ujung Pandang vliegen, overstap naar Denpasar-Bali, waar we vanavond aankomen. Morgen verder door naar Schiphol.

We betalen het hotel en winkelen in Jumbo en Mata Hari. Kopen wat lekkers (cake, tempeh, drankjes) en iets voor thuis (kroepoek, droge visjes).

Met de bemo (ik zat eerst in de verkeerde, maar alles is goed gekomen) op naar de airport. Het loopt wederom op rolletjes, het vliegtuig, een comfortabele Airbus, vertrekt stipt op tijd. We krijgen geen eten, alleen maar hapjes.

In Ujung Pandang wachten we ruim 2 uur voor de aansluitende vlucht naar Denpasar. Eindelijk zitten we in een vliegtuig met "airflight" informatie: beeldschermen waarop voortdurend af te lezen is: tijd, hoe ver nog, hoogte, snelheid etc.

We vliegen in 53 minuten naar Denpasar. Op de airport regelen we een hotel: Sayang Beach. Ziet er goed uit, dito de merendeels Australische toeristen. Zwembad, leuke receptie/restaurant. De kamers zijn echter gemiddeld. Ik betaal 16.000, Ronald en Paulien 44.000.

We drinken nog wat in Bali (we zijn in Kuta, het drukke toeristische centrum in het zuiden): erg goedkoop tijdens Happy Hour: 700 rp. per drankje. Daarna gaan we shoppen.

Paulien koopt diverse kledingstukken en wat armbandjes en kettingen. We dingen wel af, maar nog niet agressief genoeg. Toch zijn we al goedkoop uit. Ik wil iets voor Ben kopen. Een singlet of iets dergelijks, maar wacht nog even en kijk eerst de kat uit de boom.

Tenslotte drinken we ons eerste karafje rode wijn in Indonesië: best lekker, heel fris.

20 oktober: Bali

Eén korte dag Bali. Vanavond 18.00 uur moeten we al met de taxi naar de airport.

Ronald en Paulien gaan samen lopen, op zoek naar een plaats waar een Balinese dans wordt gehouden.

Ik ga niet mee, laat ze eens een keer samen uitgaan. Ik ga eerst een bakkie doen en kom tot de ontdekking dat ik geld moet halen: alle cheques die ik nog heb ter waarde van 100 dollar inwisselen. Dit keer zonder problemen krijg ik geld. Daarna ga ik langs de kapper. Verder nog tijd voor mezelf om Kuta te ontdekken. Er is een prachtig strand en opvallend is dat de meeste surfers een goed sportief figuur hebben.

Bij de winkels langsgegaan en een kado voor Virgil gekocht.

Kuta is een heel drukke plaats met ontelbare winkels, standjes en barretjes. Kuta is zo enorm groot, een grotere badplaats heb ik nog nooit gezien. Ondanks alle verhalen ("vermijd Kuta") vind ik het een hele leuke plaats. Heel druk, veel mensen in de hotels en restaurants. Dit in tegenstelling tot Irian Jaya en Sulawesi, waar wij vaak de enige bezoekers waren in de verschillende restaurants.

De straatverkopers zitten steeds aan je en verkopen voornamelijk horloges, sieraden en eau-de-toilettes. Alles van topmerken als Cartier, Dior enz. Het stoort mij niet, want ik kan ze heel makkelijk negeren.

Om 12.00 uur weer Ronald en Paulien ontmoet en we gaan gezamenlijk nog even shoppen. Ronald moet wel weer veel geld lenen, maar we hoeven eigenlijk helemaal niet op de centen te letten, we hebben geld over deze vakantie. Paulien koopt van alles, diverse sarongs, jurkjes, broekjes e.d.

We nemen het ervan en gaan duur eten (100.000 rupiah). Ronald en ik bestellen een schotel zeevruchten: krab, grote garnalen, vis, hetgeen overheerlijk smaakt.

Paulien heeft saté van kip, rund en varken: "Heel lekker hoor", met een perfecte verse pindasaus erover. Daarbij eten we salade met een zalige dressing. Opnieuw een karafje wijn, wat wil je nog meer. Als toetje hebben we exotische fruitdrank (aardbeien resp. kokos) en Paulien een bananensplit. Alleen de koffie is wat minder.

Al met al zeer de moeite waard want we eten werkelijk in een sublieme omgeving: op een tropisch Bali, omgeven door een prachtige tuin aan de ene kant, het zwembad direct aan de andere kant en de boulevard en zee aan de derde zijde. Het lijkt wel een sprookje.

Een uur of 4 lopen we terug richting het hotel. We proberen nog een paardenkar te charteren. In Manado helaas niet van gekomen. Kost in Bali maar liefst 20.000 rupiah, echt toeristenprijs. In Manado was dat rond 300 rupiah p.p. Doen we deze keer dan toch maar niet.

Ronald heeft nog een horloge nodig, dus laten we ons verleiden door de vele straatverkopers die dat spul verkopen.

Paulien reageert echter al heel snel voor zichzelf en koopt een Cartier voor 15.000. Ikzelf koop uit balorigheid twee Cartiers, een goud- en een grijskleurige, ieder 10.000 rupiah (= ƒ 7). Eén gaat naar Ben voor het afhalen op Schiphol. Ronald koopt exact dezelfde grijze, ook 10.000.

Vanuit het hotel gaan we met de taxi naar de airport, waar we inchecken en definitief afscheid zullen moeten nemen van Indonesië.

Al het kleingeld Indonesische munt kunnen we opmaken voor de luchthavenbelasting. Het overige (nog 40.000) wordt besteed aan kadootjes voor Michael en wat chocola.

We vertrekken stipt op tijd in een nieuw vliegtuig. Helaas zitten we weer niet aan het raam; we moeten voortaan nog vroeger inchecken. Nu waren we pas 2 uur tevoren op de luchthaven.

Aan boord drinken we weer een ouderwets wijntje: een echte Bordeaux uit de fles.

Eten is middelmatig. We krijgen verder een film te zien "Undersiege 2", een vreselijke actiefilm. Daarnaast wordt er veel geslapen.

21 oktober: Nederland

Ikzelf slaap maar liefst 2 volle uren in het vliegtuig. Nogmaals, de ruimte valt reuze mee, dus je kan zittend een tukkie doen. De nacht duurt uiteraard heel lang, want we vliegen met de nacht mee. We maken een prachtige zonsopgang mee en krijgen daarna ontbijt: Engels wel te verstaan.

Er zit geen smaak aan, maar wij hebben zelf fruit uit Bali: 3 verschillende waarvan we de namen niet eens kennen. Twee lijken op manggistan, resp. marquisa (passievrucht), de derde blijft volstrekt onbekend. Maar wel lekker.

De vakantie loopt ten einde en is feitelijk afgelopen. Al met al een onvergetelijke vakantie, met overall een heel positief gevoel.

Zelfs financieel zijn we redelijk goed uitgekomen, ondanks een paar missers en extra uitgaven onzerzijds. Ik hoefde niet eens aanvullend op de travellers cheques geld te wisselen. Daarvoor had ik ƒ 500 aan Nederlandse guldens bij me. Ik kon zelfs 250.000 rupiah lenen aan Ronald.

Nou, in Nederland nog de foto's afdrukken op extra groot formaat, en daarbij de foto-albums kopen. Tevens wat videobanden en "that's all folks".

Ben haalt mij op (hopelijk). We hebben bijna een uur vertraging. Valt mee dus.

En hier eindigt het dagboek van mijn Irian Jaya-Sulawesi-reis 1995.

naar fotoalbum van Irian Jaya

terug naar mijn Homepagina